Schipbeek 2006

Schipbeek; WW bak Deventer 2 april

Op 2 april willen we de WW bak in de Schipbeek in Deventer eens gaan uitproberen. dat betekent dat er wel genoeg water moet zijn. Lukt dat niet dan lassen we waarschijnlijk een glijgootactiviteit bij het botenhuis in de Berkel in. De wildwaterbak in de Schipbeek geeft ons de mogelijkheid dicht bij huis eens te oefenen met het invaren en manoevreren in wilder water

Opgeven bij Eric van Capelleveen
0653 260109 of 0573 454132
ECA@TG.NL
Vervoerskosten ? 3.00.
Vertrek Lochem 09:00
Terugkomst rond 13:00

Bovenslinge April 2006

[b]Spelevaren op de vistrapjes van de Slinge[/b]

Eind maart regent het er lekker op los. Op 2 april staat de Boven Rur gepland. Waarschijnlijk denken sommigen onder ons dat heel Duitsland last heeft van hoog water. Er zijn te weinig deelnemers voor deze tocht, dus wenden we ons tot een goed alternatief. De vistrapjes van de Boven Slinge. Dat moet met deze overvloedige regen geen probleem zijn. Dus op zondag 2 april staan Hans Maarse, Eric en Tobias van Capelleveen en de familie Groeneveld om half negen bij het clubhuis. Wildwater boten en uitrusting mee en binnen 45 minuten zijn we op de plaats van bestemming. Gelukkig is het droog en nu en dan vangen we nog een glimp van de zon op.
Eric en Ik zijn hier vorig jaar ook al eens geweest. De vi strapjes van de Slinge zijn voor de ervaren WW kano?r te weinig uitdagend. Voor mindere goden en beginners lenen deze vistrapjes zich uitstekend om ervaring op te doen met kleine watervalletjes, stroomversnellingen en uit het water opstekende grote keien.
Van de vijf trapjes zijn er drie waar je weer goed tegenop kunt varen. De stroompjes lenen zich er uitstekend voor om kennis te maken met de kracht van stroomversnellingen en die van een kleine wals. Wie al wat meer durft en de goede techniek beheerst kan de krachtigste stroompjes invaren en proberen de kracht van het water te weerstaan zonder om te slaan. Het voordeel van de vistrapjes is dat je het jezelf gemakkelijk en moeilijk kunt maken. Net wat je aan kunt en de beginner kan prima zijn of haar grenzen verleggen.
Soms gaat het fout zoals op ??n van de foto?s is te zien. Na zo?n twee uur, hadden we het wel weer gehad. Tevreden en voldaan keerden we weer huiswaarts.
Een goed alternatief, konden we vast stellen. Daar maken we vast nog vaker gebruik van.

Doedag 2006

Op 1 april was het weer zover. Njord had weer veel te doen op haar doedag. Ieder voorjaar worden de kano?s weer uitgeklopt en uitgezogen. De kantine krijgt een voorjaarsschoonmaak. Het botenhuis wordt weer uitgeveegd. De kanosteigers weer schoongemaakt. Struiken en bomen worden gesnoeid. Het vele blad op het terrein bijeengeveegd en dan zijn er nog allerlei klusjes te doen.

Door de grote opkomst van ruim 20 personen kon er veel werk worden verzet. De verenigings kano?s werden nagekeken en of ze allemaal een goed drijfvermogen hadden. Spatzeilen werden bij de juiste kano?s gezocht. Lampen en het hekwerk werden gerepareerd en de stelling van de glijgoot kreeg een heus plateau aangemeten. Het weer werkte niet helemaal mee. In de ochtend nogal wat regen, wat de ploeg die het plateau aanbracht noopte tot het aanbrengen van een afdak van zeil. Gelukkig was het tijdens de lunch mooi weer en konden we genieten van de zon en een heerlijk tomaten soepje (lekker moeder) met ballen.

Fantastisch dat zoveel leden een stuk van hun zaterdag vrij hebben gemaakt voor de vereniging. Het clubgebouw en het terrein ligt er weer spic en span bij.

Kanopolo tegen de Clan 2006

Een vriendschappelijk kanopotje tussen Njord en De Clan.

Vorig jaar heeft Njord weer werk gemaakt van het opzetten van een kanopolo team. Langzaamaan begint dit team wat meer vorm te krijgen. De meeste spelers zijn nog erg jong, maar je kunt maar niet jong genoeg beginnen.
Vorig jaar hadden we al kennis gemaakt met De Clan uit Warnsveld. Een kanopolo ploeg die al jaren actief is en regelmatig toernooitjes afgaat. Voor Njord is het wel prettig zo?n ?sparringpartner? in de buurt te hebben. Kunnen we nu en dan ook eens een potje tegen spelen. Het niveau van De Clan is nog wel een stuk hoger, maar dat deert ons niet.
Op 5 maart gingen een aantal van onze jongelingen, Bart en Nicole Kers, Gijs-Jan en Diederik Groeneveld, en Jesse Sterne, in het zwembad De Beemd de strijd aan tegen De Clan. Gelukkig kregen ze nog steun van twee volwassenen, Wim en Leo.
Het werd niettemin een gemoedelijk partijtje wat door De Clan met 10-2 werd gewonnen. De beide teams werden daarna nog even gemixed, wat de krachten beter verdeelde.
De jongens en meisjes van De Clan konden zich weer even lekker uitleven en voor ons van Njord was het gewoon leuk en leerzaam om het eens wat serieuzer te doen. Natuurlijk werd het allemaal ook nog op plaatjes vastgelegd, zie daarvoor het fotoboek.

Goorbach 2006

Goorbach: een gekaapte tocht met een staartje

Gepland voor 12 maart, maar toen was het wel wat aan de koude kant en ging die niet door. De tocht over de Goorbach (net over de grens bij Overdinkel/Enschede) bleek er een te zijn niet we niet licht zullen vergeten. Omdat die heel mooi was, niet zo kort als ze ons hadden doen geloven, en de bikkel in ons los heeft gemaakt.

Een korte tocht, door de toercommissie uitgezocht, die kunnen we wel in een middag varen. Er was in de week voorafgaande aan zondag 19 maart niet zoveel regen gevallen, dus stond het water in Boven Rur en Boven Slinge niet hoog. Daarmee is het wild watervaren op die rivieren iets lastiger. Enfin dan nemen we de tochtsuggestie van de TC over en gaan de Goorbach varen. Op internet hadden we gezien dat deze beek niet echt breed is en dus namen we de WW boten mee. Toch nog wel fris , dus allemaal een wetsuite aan en fietshandschoentjes of echte WW handschoenen. Muts of helm op, sokken onder de kanoschoentjes, reddingsvest en een thermosfles warm water en instant soep en een paar koeken mee. Bart Kers en Tobias van Capelleveen waren onze jonge helden, terwijl Berend Kers, Henk Groeneveld, Leo de Jong, Yvonne Both en Eric van Capelleveen het vaardersveld compleet maakten. We ontmoeten Leo en Yvonne bij het eindpunt nabij de Dreil?nderSee net boven Gronau. Samen rijden we via enige omwegen in ??n auto met de kano-aanhanger naar het vertrekpunt bij de A31 zo?s 12 km zuidelijker. In een fraai bos slingert de smalle Goorbach. Tussen statige beuken bereiden we ons voor op een tocht van twee uur en schuiven ??n voor ??n het water in. De zon laat ons helaas in de steek maar het is droog en we zijn in die pakken lekker warm.

Na een paar slingers en het viaduct onder de A31 is het raak. Hier liggen boven over de beek. Enfin, nu er al weer uit is te veel gevraagd en we manoeuvreren er onder en over heen, terwijl we de grootste dwarsliggers opzij trekken. De beek slingert als een dolle. Als je twee collega vaarders kan zien ben je blij. Maar om de vijf a tien meter draait die weg naar links of rechts. Het is echt een avonturentocht op deze manier. Het landschap verandert ook voortdurend. We varen tussen de bomen, dan tussen weilanden met singels en even later diep in het bos. We kijken op de kaart om te zien waar we ongeveer zijn, maar kunnen er geen touw aan vast knopen. Als je niet oplet duwt de stroming je opzij en lig je letterlijk dwars in de beek met de voor- en achtersteven in de oevers. Waar de beek verbreed wordt het schuren over de stenen in de bodem. In de slingers moet je behendig sturen om in de stroom en in het diepere deel van de beek te blijven. Let je niet op of kies je de verkeerde kant schuif je op de zandbanken aan de binnenzijde van de meanderende stroom. Ook nemen we in de lingo stand meerdere bomen met klimop die over de beek heen liggen. We duwen soms onze kano?s echt dieper het water in om te kunnen passeren. Ik vraag me af hoe we dit met het hoge water van vorige week hadden moeten doen.

Na die bomen over de beek bij het begin, volgen er meer en niet ??n maar velen. De sneeuwval van november heeft ook hier goed huisgehouden en er is nog nauwelijks iets weggehaald. Na een uur of twee varen vragen we ons af hoever we eigenlijk zijn. We eten en drinken wat, en laten wat bloed in onze tenen stromen die bij sommigen van ons wat koud geworden waren van het lange stilzitten. Enfin hier wachten kan ook niet dus even doorbijten. Dan zien we na drie uur varen (het was toch maar 12 km?) een stroom erbij komen en de beek wordt breder en bevat meer water. Even rekenen leert ons dat we pas halverwege zijn. Hoe laat is het eigenlijk? OK, het is al half zes. Dat wordt dan krap om voor het donker bij het eindpunt te zijn. Gelukkig kunnen we dan op het rechte stuk wat doorvaren. We komen bij een opgestuwd gedeelte en ja hoor we horen al een waterval/stroomversnelling. Maar waar is die dan we zien alleen een heleboel over de beek liggende bomen. Natuurlijk daar zou ik hem ook verstoppen. De waterval ligt daar precies onder en het wordt manoeuvreren om ?n door de bomen ?n door de waterval heen te komen. Dat lukt ons allemaal zonder kleerscheuren. Nog wat verder weer enkele stroomversnellingen. We zijn nu toch bijna op het eindpunt hopen we, want we worden stijf in de benen en het begint al te duisteren. Gelukkig doemt plots een viaduct op en ja hoor dat is de goede plek. We hijsen ons uit de kano?s en trekken de boten op de kant. Snel naar de auto van Leo en Yvonne, want daar liggen droge kleren in en dan kunnen we de andere auto ophalen. Wat minder leuk is, is dat de zijruit van de Saab ingeslagen blijkt. De Tom-Tom bleek te aantrekkelijk voor iemand die het verschil tussen mijn en dijn blijkbaar niet tussen de oren heeft. Uitermate vervelend en trouwens ook koud, want buiten vriest het inmiddels weer. Een badlaken tussen de deur houdt de warmte binnen, maar het uitzicht is minder. Wanneer komen er transparante badlakens op de markt?

We worden weer snel warm en pikken Leo, Henk en Berend ook op die op de boten hebben gepast terwijl wij de andere auto op haalden. Voldaan , maar met een katergevoel over het tijdstip en de diefstal rijden we via de plaatselijke Mc Donalds terug naar Lochem. Deze beek moeten we zeker nog eens gaan varen. Maar dan in twee stukken. de bovenloop en benedenloop zijn apart te varen. De benedenloop is bij hoogwater ook zeker interessant vanwege de stroomversnellingen net na de provinciale weg. Hoe het ook zij het was een fantastische maar monstertocht deze Goorbach.

Mijmering – Maa/Apr 2006

Door dat mijmeren over de Biesbosch in de vorige Kanobabbels, realiseerde ik me, dat ik de ontstaansgeschiedenis van de Biesbosch, pas later heb leren kennen. Met dat later bedoel ik de tijd, dat ik er niet meer pal naast woonde. Mijn geboortegrond is namelijk een drooggevallen deel van die grote plas van 30.000 hectare, die was ontstaan door de Sint Elizabethsvloed. In het oostelijk deel werd twee eeuwen later een dijk aangelegd (de Nieuwendijck) en aan die dijk ontstond in 1446 een dorpje met de naam Nieuwendijk, mijn geboorteplaats dus. Eigenlijk begon men het bijzondere van de Biesbosch pas in te zien na de Deltawerken, dus na 1970. Rond en vanaf die tijd verschenen er allerlei boekjes over de geschiedenis van de Biesbosch. Blijkbaar beseften toen steeds meer mensen, dat er een bijzonder uniek gebied was verkwanseld. Dat we zuinig moesten zijn op wat er van over was, drong steeds tot meer mensen door en uiteindelijk kreeg het de status van Nationaal Park.

Maar goed, verandering brengt vaak ook nieuwe kansen. In de vorige Kanobabbels noemde ik al de vissers, die de eersten waren die profiteerden van de nieuwe situatie na de Sint Elizabethsvloed. Tot de vissen, die tot de verbeelding spreken behoorde de steur. Een vis die wel vier meter lang kon worden. De verdwijning van de steur uit de Hollandse wateren wordt geweten aan de milieuomstandigheden, maar de vis was uit de Biesbosch en de omliggende rivieren verdwenen, voordat het water vervuild was. In het jaar 1900 was de aanvoer op de markten van de omliggende plaatsen nog 438 stuks, maar in 1925 waren het er nog maar drie. De laatste werd in 1952 gevangen op de Merwede, onder Hardinxveld.

Een andere beroepsgroep, die in de tweede helft van de vorige eeuw ook uit de Biesbosch verdween, waren de jagers op eenden en ganzen. Sommigen gebruikten geweren, maar een bijzonder gilde waren de kooikers, ook wel kooimannen genoemd. Zij gebruikten zogenaamde eendenkooien om eenden te vangen. Een eendenkooi bestond uit een kooiplas, waarop uit vier windhoeken vier vangpijpen uitkwamen. Deze pijpen kunnen een lengte hebben van 100 meter en zijn overkoepeld met wilgentakken, waarover weer fijn gaas is gespannen. Deze pijpen werden afgeschermd met rietschermen, zodat de kooiker aan het zicht van de eenden werd onttrokken. De wilde eenden werden door tamme eenden van de kooiker in de pijpen gelokt.

De wordingsgeschiedenis van 500 jaar Biesbosch werd in de tweede helft van de vorige eeuw door mensenhanden volledig doorkruist. In 1965 werd vanwege de toenemende vraag naar drinkwater en de vervuiling van de rivieren het besluit genomen waterbekkens in de Biesbosch aan te leggen voor de drinkwater-voorziening. Er werden drie waterbekkens met een gezamenlijke grootte van 560 ha. aangelegd. In deze bekkens kan 900 miljoen m? water worden opgeslagen.
De bedoeling was een vierde waterbekken aan te leggen, maar daar is het niet van gekomen. De waterbekkens hebben het beeld van de Biesbosch geschaad. Ze liggen verspreid over de Biesbosch en zijn omgeven door hoge, weliswaar groene, dijken.

Een ander, nog meer bepalende ingreep van de mensen, is het Deltaplan geweest met de afsluiting van de Oosterschelde. Hierdoor verdween een groot zoetwatergetijde van circa twee meter. Nu is dat nog zo’n dertig centimeter. De invloed op de flora en fauna is enorm geweest. Bepaalde planten verdwenen en er kwam in eerste instantie een eenzijdige overheersing van de brandnetel.

Aan de oost- en noordzijde werd er door ruilverkaveling en inpoldering nog een stuk van de Biesbosch afgeknabbeld. Er kwam een grote stroom van recreanten de Biesbosch in. Na dit offensief tegen de Biesbosch keerde het tij. Enkele stukjes werden afgesloten voor recreanten. De bever werd uitgezet. Er kwamen weer nieuwe planten en de verscheidenheid nam weer toe. Deze winter is de zeearend verschillende keren gesignaleerd.

Tenslotte heeft de Biesbosch de status van Nationaal Park gekregen en heeft het de functie van vanouds, een vloedkom bij hogere waterstanden, weer teruggekregen. Aan de zuidoostkant werd een grote polder aan de Biesbosch teruggegeven, die de naam de Aakvlaai heeft gekregen. Aan de noordzijde van de Biesbosch ligt de Noordwaard, een agrarisch gebied, waarvan 500 hectare polder omgewerkt is tot een moerasgebied en nu zijn de voorbereidingen begonnen om de rest van het gebied meestroomgebied voor het rivierwater van de Merwede te maken. Een derde van de gebouwen, zal daarbij moeten worden gesloopt. Alleen huizen en boerderijen, die op een heuvel staan, kunnen worden gespaard. Dat betekent, dat het ‘Biesboschwater’ bij hoog water geheel tot aan Werkendam zal komen te staan.

De Noordwaard is een groot gebied, circa de helft van de huidige Brabantse Biesbosch en als dit aan de natuur wordt vrijgegeven, zal de Biesbosch in de toekomst een heel groot Nationaal Park zijn. Overigens strekte de Biesbosch zich al uit, tot over de Merwede. Aan de overzijde van de rivier ligt de Zuid-Hollandse Biesbosch, in omvang een stuk kleiner dan de Brabantse Biesbosch, waar het met de nieuwe Merwede een beetje vanaf was gesneden. Maar eigenlijk is dat onderscheid steeds meer ouderwets en wordt er steeds vaker over de Biesbosch gesproken.

Goed, tot slot nog het kano?n. Deze winter hebben velen van ons al in het zwembad De Beemd gekanood. Inmiddels gaan we weer naar buiten. Koud wildwatervaren, of lekker relaxed een tochtje in het zonnetje varen. Wat je ook doet maakt niet uit, als je maar kanoot. Ach en als dat niet lukt, dan kun je er altijd nog over mijmeren.

Peter s. de Vries – Maa/Apr 2006

PETER S. DE VRIES: IK WIL VRIJHEID.

Ik wil vrijheid en onze democratische wijze van leven beschermen. Afgezien van wat een democratische samenleving is, bewerkstelligen we dit steeds meer door controle. Wil ik mijn kantoor binnen; bliep pasje. Printen met een code, om geen afdrukken vrij rond te hebben slingeren In het centrum van grote steden en bij de pinautomaat hangen camera?s voor mijn veiligheid. Maar wat maakt het uit, je hebt toch niets te verbergen? Dat heb ik dus wel en dat heet privacy en ook vrijheid. In een politiestaat, daar heb je geen vrijheid en dus ook controle. Maar ik kano nog altijd in een land, waar ik zelf bepaal waar ik vaar. En controle is geen vrijheid. Want, of ik er nu voor kies, om mijn mening te uiten door een brave column te schrijven, of juist door in een te kappen bos in de bomen te gaan hangen, maakt nog al wat uit. In dat bos heb ik mij te legitimeren. Al is het maar, omdat ik buiten de wegen en paden hang. Van de burgervader aldaar, hoef je het ook niet te hebben, want die passeert de (democratische) Schinveldse gemeenteraad gewoon. Tijd voor een gekozen burgemeester, ga je haast denken.
Kiezen kun je wel voor een eigen zorgverzekeraar. Maar dan kun je alleen kiezen voor meer geld en minder dekking. Hoewel ik met ?oud en nieuw? ging twijfelen, wat dat beetje extra premie er nou toe doet. Als graadmeter nam ik de hoeveelheid vuurwerk in de ?beneden modale wijk? waar ik mij bevond.
Vrijheid betekent, dat je uit mag komen voor je mening. Een kano?r voor roeier uitmaken, of iemand een geitenneuker noemen. Kippenneuker kan ook, want je verstaat die taal evenmin, als die van de neuker zelf. Zie hier het probleem, een communicatieprobleem. Hoe dat komt? Door controle. Als je niet gepakt wordt, hoef je je ook niet druk te maken en je verantwoordelijk te voelen. Dat hangt deels samen met opvoeden. Bij sommigen is het een het kwestie van verbieden, bij anderen juist ?ze moeten het allemaal eens geprobeerd hebben?. Praktijkvoorbeeld: de overheid wil alcohol onder de 18 verbieden. Erg goed voor je eigen verantwoordelijkheid.

We stellen, dat we leven in de eeuw van de technologie, maar eigenlijk is het de eeuw van de communicatie. Technologie speelt daar een grote rol bij. Alleen communiceren we niet voldoende via gevoel, maar teveel via regels. Als ik jou niet begrijp, verniel ik als geitenneuker heel wat makkelijker je kano, dan wanneer ik je wel snap. En met snappen bedoel ik geen afdwingen, maar omdat ik me verantwoordelijk voel.
Het is dus de schuld van onze vergankelijke jeugd. Maar is het ook niet verwarrend? Aan de ene kant moet je als jongere leren hoe alles werkt, je oefent. Aan de andere kant, krijg je in elke situatie weer andere waarden en normen te horen en moet je die ineens allemaal al kennen. Om het extra moeilijk te maken, heb je op school, op straat, thuis en op je vereniging allemaal verschillende waarden en normen.
Oplossing? Je moet gepaste verantwoordelijkheid hebben. Eerst een beetje en als dat lekker loopt een beetje meer. Dat, samen met de mogelijkheid om op je bek te gaan. Jij leert van hen en zij van jou. Ook dat laatste, want dat is echt communiceren. De jeugd is de toekomst en niet de bak VMBO-verderf, zoals ze nu afgeschilderd worden. En waar kun je beter leren dan binnen een vereniging,
een buurthuis of een kanovereniging. Binnen dat clubje communiceer je, oefen je. Dit is geen nieuwe gedachte, alleen kent niet ieder??n hem meer.

Maar wie luistert er nu naar mijn idee?n? De politiek in, is mijn broer Peter R. niet gelukt. Daarom pas ik het schaalniveau wat aan en doe ik een oproep. Minstens 40% van de Njordleden moet voorstemmen, om mijn columnistencarri?re overeind te houden. Daarom hier mijn oproep. Breng je stem uit op kanobabbels@hotmail.com dan kan ik net als mijn broer bezien, welke wending mijn carri?re zal gaan nemen.

Duitse Berkel 2006

Op zondag 26 februari wordt de tocht op de Duitse Berkel gevaren. We starten tus-sen Gescher en Coesfeld en varen naar Stadtlohn. Tot enkele jaren geleden werd deze tocht elk voorjaar gevaren. Je kunt dus van een klassieker spreken. De Berkel is op dit traject vrij smal, heeft veel bochten en hier en daar een stuw. In de buurt van het startpunt heb je hoge wallen, de Berkel ligt hier diep. Voor de twee stuwen vaar je hoger in het landschap. De tocht wordt in het voorjaar gevaren, omdat in de zo-mer de waterstand te laag is. Het is een tocht die zijn charme ontleent aan de onge-reptheid van de beek. Omgevallen bomen kunnen voor vertraging zorgen, de eindtijd zal dan later zijn. Er wordt gevaren, als het niet vriest en de beek vrij van ijs is. In verband met de kou zullen de pauzes kort zijn. Het is aan te bevelen iets warms voor onderweg mee te nemen, Cup a Soup of warme chocomelk. Een set droge kle-ren is een must.

Gegevens over de tocht.

Datum: zondag 26 februari
Boten laden: 8.30 uur
Thuiskomst: ca 16.30 uur
Kosten: ? 3,00
Vaarafstand: 18 km
Vaarpunten 25
Vaarleiding: Hans Maarse
Aanmelden: uiterlijk woensdag 22 februari
bij: Hans Maarse tel. 0573-253242.
Email: jhm-maarse@hetnet.nl

Duitse Berkel 2006

Bovenloop Berkel Gescher-Stadtlohn

Zondagochtend 26 februari rond 8:30 uur, buiten is het nul graden, maar wij gaan ervoor. Gisteravond belden er nog 3 af, maar die krijgen daar spijt van. Enfin spullen opgeladen en Hans Maarse wijst de weg door de binnenlanden van Borculo, Groenlo naar Vreden en zo door naar Stadtlohn. Daar parkeren we een auto en omdat we met zijn vijven zijn rijden we met ??n auto door naar Gescher. Bij een stuw/gemaal laden we af; nemen en kop koffie en vragen ons af hoe we zo gek komen om nu te willen kaan varen. Inmiddels sneeuwt het licht, maar het water lonkt. Goed ingepakt en allemaal voorzien van een surfpak stappen we te water. Enfin na 30 meter varen doemt het eerste obstakel op. O ja. in dit gebied was overvloedige sneeuwval en dat is te merken. Verschillende bomen liggen kris kras over het water. We manoeuvreren ons een weg en weten ons door de takken heen te banen. Soms door plat op de boot te buigen, soms door de peddel schuin naar voren te steken. Daar waar een klein stroompje de Berkel voedt, hangen ijspegels, maar het stromende water bevriest niet. Als ik opkijk zie ik dat we allemaal handschoenen aan hebben. Sommigen hele professionele die aan de peddel vastgeklemd zitten, andere zoals Remco hebben duikhandschoenen aan. Zelf red ik me met leren tuinhandschoenen.

De Berkel slingert zich door het landschap en tussen opengeschuurde zandwallen geeft de meanderende rivier een heel fraai vaargenot. Elke 20 meter geeft nieuwe verrassingen. We helpen elkaar door op een gezonken boom te gaan ligger, elkaar een zetje over een boom te geven, takken weg te breken en instructies te geven hoe in het snelstromende water je de hindernissen het best kan nemen. Ik wou dat ik mijn WW boot had meegenomen. Dan kun je goed manoeuvreren. Maar ja met de Mystic zal ik me moeten redden hetgeen aardig lukt. De nieuwe en fraaie zeekano van Berend geeft wat meer hoofdbrekens, die Lidy met haar zeekano ook heeft. Maar met wat inventiviteit weten we elke barri?re te nemen.

Dan blijven Lidy en Berend plots achter, ze komen niet achter de vorige bocht weg. Even terugvaren, tegen de stroom in. Dan blijkt Berend het koude water getest te hebben. Hij kantte verkeerd op en in een opwelling was het zwemmen geblazen. Met zijn surfpak aan is dat evenwel geen ramp. Hij klautert snel uit het water en hoost de boot leeg en stapt pardoes weer in. No sweat. Nee als je het koud krijgt is er geen zweet. Maar het pak werkt goed en Berend krijgt het niet koud. Hij voelt zich wel wat onwennig nu hij is omgegaan. Maar als ik zie hoe hij zich redt uit de tweede keer omslaan, dan hebben de kanolessen in het zwembad succes gehad. De tweede keer omslaan is geen uitstappen, Hij pakt vaardig de punt van de boot van Lidy die te hulp schiet en weet zich na 15 meter doordrijven weer recht te zetten. Knap hoor, die kan zo mee met Wildwater varen. De forse stroming drukt de lange vlakwaterkano?s snel dwars in de stroom. Als je niet sneller dan het water vaart omdat je behoedzaam wordt bij de vele bochten en passages, heeft dat een averechts effect.

Wat later ervaart Remco dat je in stromend water beter niet aan een tak kan gaan hangen tenzij die erg stevig is en jij ook. Terwijl de stroom hem verder stuwt wordt de hoek tussen het vasthoudplekje en de kano steeds schuiner. Als je dan loslaat, moet je zwemmen. Maar ook deze bink klimt snel weer in de kano en vaart verder. Verontrust informeert Hans Maarse regelmatig of de mannen het niet koud hebben, maar dat is niet het geval, De pakken werken goed.

Zo varen we door en met enkele korte tussenpauzes weten we de 15 km lange etappe in een uurtje of zes te voltooien. Het kostte heel wat manoeuvreerwerk, maar het was een fantastische tocht. We hadden sneeuw, zon, fraaie natuur, mooi stromend water, uitdagingen te over. Dit stuk is ook zeer geschikt om als WW 1 rivier te varen als er genoeg afvoer (debiet) is. Eens kijken hoeveel afvoer we nu hadden.
zie ook http://www.umweltamt.org/ Via het kaartje UMWELTDATEN zie je dat zich in LUTUM een peilschaal bevindt en die een waterstand rond de 60 cm aangaf voor afgelopen zondag 26 februari. Hier kunnen we dus kijken hoeveel water er in de Berkel staat.

Dinkel 2006

Dit jaar staat de Dinkel weer op het programma. De vorige keer was deze tocht een groot succes. De Dinkel is een meanderend riviertje. Afhankelijk van de waterstand is het snel stromend, of iets minder stromend. Ze laten hier de natuur nog z?n gang gaan, je kunt dus omgewaaide takken en bomen tegenkomen. Het wordt dan uit- stappen, of er toch over of langs zien te komen. Jullie lezen het al, een tocht voor de jonge en oudere avonturiers onder ons. Het is wel fijn om enige bochtentechniek onder de knie te hebben. Het is aan te bevelen om een wetsuit aan te trekken, als je die hebt. (de vereniging heeft ook enkele pakken)
Voor het bevaren van de Dinkel heb je een ontheffing nodig. Deze ontheffing wordt door de vaarleider aangevraagd. Houd de sluitingsdatum voor het opgeven dus goed in de gaten. Na deze datum kun je in principe niet meer mee.

Gegevens over de tocht.

Datum: zaterdag 25 maart
Boten laden: 08.00 uur
Thuiskomst: ca. 17.00 uur
Vaarafstand: 15 km
Vaarpunten: 25 punten
Vervoerskosten: ? 3,00
Vaarleiding: Lidy Groeneveld
Aanmelden: tot, let op, 19 maart bij Lidy Groeneveld,
alleen telefonisch 0575-528157.